Grootschalige toepassing van waterstof in gebouwde omgeving is niet realistisch

Waterstof wordt door sommige mensen gezien als dé manier om de gebouwde omgeving te verduurzamen. Volgens voorstanders zorgt waterstof ervoor dat de klimaatdoelen makkelijker gehaald kunnen worden. Bij BDH zijn we van mening dat waterstof juist géén goede oplossing is als vervanger van aardgas in de Nederlandse woningen. En wel om de volgende 4 redenen.

  1. Het toepassen van waterstof is inefficiënt en duur.

    Bij de productie van groene waterstof via elektrolyse met behulp van duurzame elektriciteit gaat er altijd zo’n 25% energie verloren. Bij een cv-ketel met 100% efficiëntie kun je alsnog nooit meer dan 75% van de oorspronkelijk toegevoerde energie in de vorm van elektriciteit als warmte leveren. Wanneer dezelfde hoeveelheid duurzame elektriciteit in een warmtepomp wordt gebruikt, wordt de geproduceerde warmte juist met een factor 3 tot 5 vergroot door gebruik te maken van de buitenlucht of een andere bron. Duurzame elektriciteit kan dus beter gebruikt worden om direct met behulp van een warmtepomp efficiënt duurzame warmte te maken, in plaats van de elektriciteit eerst om te zetten naar waterstof en daarna te verbranden in een cv-ketel. Duurzame warmte van een warmtepomp is bovendien een stuk goedkoper, ondanks de extra investering in een warmtepomp ten opzichte van een cv-ketel op waterstof.

  2. Isolatiemaatregelen worden uitgesteld.

    Met waterstof kan dezelfde temperatuur worden geleverd als met aardgas. Bij de overstap op een ketel op waterstof is het niet per se nodig een huis goed te isoleren. Dit lijkt een voordeel te zijn, omdat de overstap direct gemaakt kan worden zonder grote investering. Het is echter een groot nadeel, omdat de energievraag in de woning onverminderd hoog blijft. De directe investering is laag, maar de energierekening van het gebruik van de waterstof extra hoog. Waterstof heeft per m³ een energie-inhoud die ruwweg 1/3 is van die van aardgas. De aanname dat waterstof per MegaJoule energie altijd fors duurder is dan aardgas lijkt dan ook gerechtvaardigd.
    Om de hoge kosten te voorkomen zijn bij een proefproject in het dorp Wagenborgen (Groningen) de huurwoningen wél eerst extra geïsoleerd. De vraag is dan of deze woningen na isolatie rendabeler met een warmtepomp verwarmd kunnen worden.

  3. Waterstof gemaakt van aardgas met CO2-opslag kost veel geld en energie en is niet emissievrij.

    Met waterstof gemaakt van aardgas met CO₂-opslag – blauwe waterstof – kan er snel CO2-vrije waterstof beschikbaar komen voor de gebouwde omgeving. De op deze manier geproduceerde waterstof is echter door de CO₂-opslag een stuk duurder. Bovendien wordt slechts tot maximaal 85% van de CO2 afgevangen. Daarna moet de CO2 worden getransporteerd en opgeslagen, wat ook weer energie kost. Waterstof in combinatie met CO2-opslag bij de productie van blauwe waterstof zorgt er alleen maar voor dat we nog langer afhankelijk blijven van aardgas.

  4. Het gasnet voor woningen is voorlopig niet geschikt voor waterstof.

    Hoewel inmiddels is aangetoond dat aanpassing van het aardgasnet voor waterstof mogelijk is, wordt nu alleen een netwerk voor waterstof voor de industrie aangelegd. Een grootschalig net voor waterstof in de gebouwde omgeving is nog ver weg. Daarnaast is het vanwege de vele onderlinge verbindingen en vertakkingen moeilijk tot onmogelijk om delen van het aardgasnet te isoleren. Dat kan alleen als de omliggende delen van het net worden afgesloten. Een weloverwogen keuze om over te stappen op efficiëntere opties zoals het invoeden van lokaal geproduceerd groen gas op aardgaskwaliteit ligt dan veel meer voor de hand. Dat laatste zien wij wel als een serieuze optie, hoewel de beschikbare volumes in groen gas verhoudingsgewijs beperkt zijn.

Conclusie

Op grote schaal waterstof in Nederlandse huizen toepassen is niet de goedkope en makkelijke oplossing voor het halen van de klimaatdoelen. Je haalt niet de beloofde CO2-reductie en om toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving betaalbaar te houden, moet alsnog worden geïsoleerd. We moeten ons daarom niet focussen op waterstof, maar op de andere beschikbare verwarmingsmogelijkheden, zoals warmtepompen. Zowel in individuele installaties als warmtenetten met een (grote) warmtepomp en lucht, water of bodem als warmtebron. Waterstof kan wel op kleine schaal een uitkomst zijn wanneer andere opties écht onmogelijk blijken. Bijvoorbeeld in een monumentaal stadscentrum waar isolatiemaatregelen niet voldoende kunnen worden uitgevoerd en waar biogas niet beschikbaar is of beschikbaar kan komen.