Helsinki's Hot Heart, een optie voor Nederland?

Helsinki’s Hot Heart is een van de winnaars van de Helsinki Energy Challenge. Deelnemers aan deze challenge werd gevraagd een oplossing te bedenken om de stad duurzaam te verwarmen met zo min mogelijk biomassa. Helsinki’s Hot Heart is een opslagsysteem waarbij zeewater-warmtepompen worden gebruikt om elektrische energie om te zetten in warmte. Dit draagt bij aan zowel de verduurzaming van de stadsverwarming als aan het stabiliseren van het elektriciteitsnet, zodat meer hernieuwbare energiebronnen kunnen worden gebruikt.

Zonder emissies wordt de volledige warmtevraag gedekt

Voor de kust van Helsinki slaat het systeem de warmte op in 10 grote reservoirs met elk een diameter van 225 meter, resulterend in een totale opslagcapaciteit van 10 miljoen kubieke meter. De reservoirs zijn gevuld met zeewater. Met behulp van de warmtepompen wordt dit water opgewarmd. Hierdoor wordt het systeem een grote thermische batterij waarin goedkope, overtollige elektriciteit kan worden omgezet in warmte. Deze warmte wordt opgeslagen in reservoirs en gebruikt in de winter, wanneer er een grote vraag naar warmte is. Met dit systeem kan zonder emissies de volledige warmtevraag van Helsinki in 2030 worden gedekt. Daarnaast kunnen de reservoirs dienen als attractie, met bijvoorbeeld een verwarmd zwembad en tropische regenwouden.

Voorbeeld voor Nederland?

Helsinki’s Hot Heart is een oplossing waarbij met één systeem aan de warmtevraag van de stad kan worden voldaan. De ontwerpers hopen dan ook dat het een voorbeeld wordt voor andere landen met vergelijkbare omstandigheden. Bijvoorbeeld Nederland, gezien de beschikbaarheid van zeewater en het vergelijkbare profiel in opwekking en vraag naar energie. In ons land focussen we echter op een wijk voor wijk aanpak. Moeten we niet ook de mogelijkheden van een grootschalige Hot Heart inventariseren? En is een Hot Heart in Nederland een realistische optie?

Een impressie van de reservoirs van Helsinki’s Hot Heart, naar verwachting wordt het project in 2028 opgeleverd